dinsdag 2 juni 2026

10 juni Goldstream Provincial Park

Om twee uur 's nachts word ik wakker. Ik moet naar de wc. Ai, daar heb ik helemaal geen zin in. Het is een heel gedoe om uit de slaapzak te komen, de tent uit zien te kruipen met mijn zielige knie en daarna in het pikkedonker naar het toiletgebouwtje te lopen - oké, dat laatste is niet het grootste probleem. Ik heb een zaklantaarn bij de hand. En dat alles moet ik ook nog doen zonder Marianne wakker te maken. Dat lukt dus niet en Marianne besluit om dan ook maar naar de wc te gaan.

De dichtstbijzijnde wc's zijn overigens pit toilets. Laat ik het zo zeggen, niet onze favoriete wc's en zeker niet 's nachts. We hebben bij het boeken niet goed opgelet. De Goldstream Park Campground is een heel grote camping. Er zijn twee gebouwen met douches, normale toiletten en afwasgelegenheid en verder een aantal toiletgebouwen. Althans, dat dachten wij, maar dat zijn dus pit toiletten. Nu hadden wij voor een plek gekozen met een tent pad van zand. Daar waren er maar een beperkt aantal van, waaronder nr 56, de door ons gekozen plek. 

De tent op een tent pad van zand

De meeste plekken hebben geen tent pad maar alleen een harde ondergrond. Geen probleem voor een camper, maar niet fijn als je met tent staat en je de haringen de grond in moet krijgen.

De campground

Tip van Martin! Achteraf bekeken hadden we niet plek 56 moeten reserveren maar plek 119, 120 of 121 (Zo blijkt uit een later rondje campground lopen.) Deze plekken liggen vlakbij een 'echt toiletgebouw' en hebben ook een tent pad. De reden dat wij deze niet gereserveerd hebben, is dat ze ook een hekje bij hun plaats hebben, waardoor je er niet de auto kan parkeren, althans dat dachten wij. Echter de ruimte voor het hekje blijkt ruim genoeg te zijn om je auto neer te zetten. Dat hadden wij niet uit de foto's gehaald. Dus ben je met een tent, boek dan hier plek 119 (of 120 en 121). (Maar deze plekken zijn dus niet geschikt voor een camper vanwege dat hekje.) Ook plek 127 heeft een tent pad en staat zelfs nog dichter bij de douches, dan die andere drie, maar die staat wellicht te dicht bij.

Maar goed, dat is even tussendoor. Na het bezoek aan het toilet, lopen we terug naar onze tent als tien meter voor ons opeens een grote witte hond de weg oversteekt. Hij lijkt op een herder. Huh, hoezo loopt hier om kwart over twee 's nachts in het pikkedonker opeens een hond? Er is nergens een baasje te zien. Vreemd, maar goed, het zal wel en we kruipen de tent weer in. 

Intermezzo: de dag hierna zien we bij de Malahat Skyway een informatiebord staan over zeldzame dieren op het eiland. Eén van die soorten is de witte zeewolf, waarvan er zo'n 200 stuks op Vancouver Island leven. Ze worden zeer zelden gezien en leven vooral op het noordelijk deel van het eiland. Als ik naar de foto's kijk, dan lijken ze echter wel heel veel op de witte herdershond die wij 's nacht zagen. 

Witte zeewolven. Foto Mark Kent; 2012

Ik ben dus nu wel een beetje aan het twijfelen. Hebben wij midden in de nacht een zeldzame waarneming gedaan van een witte zeewolf (nota bene in het zuiden van het eiland) of hebben wij gewoon  een witte hond gezien?

Enfin, de volgende morgen gaan we op pad voor een zuidelijk rondje op Vancouver Island. Dit is ons geplande rondje.


Ten opzichte van onze originele plan hebben wij één extra stop opgenomen. De Walmart in Langford weer. We hebben bedacht dat het misschien wel handig is om een zeiltje te hebben liggen voor de ingang van de tent. Handig als je tent moet uitkruipen. Bovendien zijn we gisteren vergeten om afwasmiddel te kopen en pods voor de wasmachine. 

Stop 1: De Walmart

De tweede stop is veel interessanter: de Sheringham Point Lighthouse. Deze vuurtoren is dertien meter hoog en stamt uit 1912. Hij is opgericht na de ramp hier met de SS Valencia in 1906, waarbij 136 mensen omkwamen. Ik ken toevallig dat verhaal. Het bijzondere aan deze scheepsramp is namelijk dat de Valencia liefst 36 uur op de rotsen vast zat met overlevenden voordat het schip definitief ten onder ging.

Stop 2: de Sheringham Point Lighthouse


 

"Goed opletten. Zo maak je er een foto van. Verticaal. Heb je het gezien?"

"Oké, horizontaal kan ook"



De laatste vuurtorenwachtster?

Na het bezoek aan deze vuurtoren, rijden we terug naar de rondweg. We rijden de weg echter niet direct op, maar stoppen eerst nog even bij Shirley's, waar je niet alleen lekkere koffie kan krijgen maar ook allerlei lekkere baksels. Als je in de buurt bent en er langs rijdt, beslist stoppen!



Aan mannetjes of vrouwtjes wc's doen ze hier niet. Zolang je maar je handen wast.

Omdat we het zo lekker vonden, halen we voor onderweg nog maar twee extra baksels. 

De volgende stop is tot nu toe het hoogtepunt van onze vakantie. De Sandcut Beach waterfall in het Jordan River Regional Park.


Stop 3: De Sandcut Beach Waterfall

De rondweg langs de kust loopt op de meeste plekken niet pal langs naar de kust. Je hebt er echter een aantal plekken waar je een zijweg kan inrijden, de auto ergens kan parkeren, zoals in het Jordan River Regional Park, en dan via een fraai en soms vermoeiend wandelpad door het bos naar de zee kan lopen. 

Drie op een rij






Uit de serie 'wilde dieren': de bananenslak

Nog meer wildlife

Na een tijdje komen we bij het strand en zien we de zee. 

En daar is het strand



Het is hier mooi om te zien - ik bedoel natuurlijk Marianne - maar het echte hoogtepunt moet nog komen: de Sandcut Beach Waterfall, een waterval die haar water op het strand uitstort. (Als je via het pad op het strand bent gekomen,dan naar links lopen totdat je hem ziet.)









We zouden hier uren kunnen zitten en genieten van de zee en de twee miniwatervallen, maar het is tijd om verder te gaan en wel naar stop 4: de tide pools bij Botanicla Beach bij Port Renfrew. Ook hier loop je door een bos naar de zee. Marianne houdt zich onderweg bezig met het fotograferen van allerlei interessante planten.





Er schijnt een beer gesignaleerd te zijn. Zie ik hem daar rechts weerspiegeld?

Stop 5: de tide pools bij Port Renfrew

Nu zijn de tide pools natuurlijk alleen zichtbaar bij eb, dus je moet het wel een beetje uitzoeken. Dat hebben jullie knap gedaan, zult u misschien zeggen. Nee hoor, het was puur toeval dat wij er met eb waren. (Toeval dus, maar als toeval niet bestaat, waarom bestaat er dan een woord voor?) Als je goed kijkt, zie je in veel van de poelen allerlei beestjes bewegen.



Maar los van die beestje, is het hier gewoon mooi om te zien.



Kalme golven

Volgens dit waarschuwingsbord moet je ook bij kalme golven opletten.

Als we weer boven bij de parkeerplaats terug zijn, 'lunchen' we bij een picknicktafel met een bakje gezonde groente zoals worteltjes, bleekselderij en stukjes broccoli. Om het gezonde te compenseren zit er gelukkig ook een bakje ongezonde saus bij. 


Dan is het tijd om via Lake Cowinchan en Duncan terug naar onze campground  te rijden. Het is een weg met veel bomen. Die zijn wel besteed aan mij, maar Marianne vindt het op een gegeven moment wel wat erg veel bomen worden. "Maar je hebt ook bergen hier!" zeg ik. "Ja, maar met bomen", aldus Marianne.


Marianne doet overduidelijk hier een Ronald Reagan. (De latere Amerikaanse president Ronald Reagan gaf in 1966 tijdens een verkiezingscampagne voor het gouverneurschap van Californië de volgende verklaring waarom hij tegen de uitbreiding van het Redwood National Park was. “A tree is a tree. How many more do you have to look at?”

Toch stoppen we onderweg nog twee keer om een boom te fotograferen. De eerste is 'The Fairy Lake Bonsai Tree'. Zo heet een eenzaam boompje dat op een boomstrook in een meertje groeit, zo'n 8 km vanaf Port Renfrew. De boom is nu zo'n 40 à 50 jaar oud. Op internet wordt hij aangemoedigd om te groeien. "Go Little Tree!"


De ander is de Harris Creek Spruce Tree. In tegenstelling tot de Bonsai Tree is dit een heel grote dikke boom. Ter bescherming hebben ze er een hekje om gezet.



Om de dikte van de boom wat in perspectief te plaatsen gaan zowel Marianne als ik er voor staan. Oké, omdat wij alle twee heel slank zijn, bewijzen deze foto's niet dat het een dikke boom is, het kan dus ook een heel dunne boom zijn. 




We komen onderweg  niet veel auto's tegen. Dat is maar goed ook, want op veel plaatsen zijn er éénbaansbruggen en het is onze kant die volgens de borden steeds voorrang moet verlenen. Daadwerkelijk gebeurt het maar één keer.


Tegen een uur of zeven zijn we terug op de campground. Als Marianne na het eten in de tent de boel aan het reorganiseren is, klinkt er opeens een luide knal vanuit de tent. Is Marianne ontploft? Of is het luchtbed ontploft? Geen van beide. De naad tussen de twee buitenste compartimenten aan mijn kant van het luchtbed heeft met een knal losgelaten waarop er één groot compartiment met een grote luchtbel aan de zijkant van het luchtbed is ontstaan. Oeps, dat lijkt me niet lekker liggen. Maar we gaan het zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

7 juni naar Vancouver

Inleiding Er staat dat dit de pagina van 7 juni is, maar ik schrijf dit al op 6 juni. Ik ben gewoon mijn tijd weer eens vooruit. Het is vand...