dinsdag 2 juni 2026

24 juni Yoho - Banff

Vandaag rijden we van de Kicking Horse Campground in het Yoho National Park naar de Tunnel Mountain Village 1 Campground in Banff National Park, waar we twee nachten zullen staan. Over de Trans Canadian Highway (highway nr.1) is dat een uurtje rijden (zo'n 85 km), maar wij hebben bedacht om via de Bow Valley Parkway (de 1A) te rijden en dan is het een half uurtje langer. De reden hiervoor is niet alleen dat je op deze weg meer kans hebt om wild te zien - spoiler alert: die zullen we niet zien - maar ook omdat je er mooiere uitzichten schijnt te hebben.

We hebben tijd zat en doen alles op ons gemak. We gaan dan ook uitgebreid ontbijten bij ons tentje inclusief gekookte eitjes klaargemaakt door Marianne.


Een kwartiertje eerder: "Zou jij ook niet eens wat gaan doen?'

Het uitzicht van Marianne 's morgensvroeg

Dan breken we de tent af, laden alles in en begeven we ons op pad. Vanaf de Kicking Horse Campground rijden we via de Trans Canadian Highway naar Lake Louise (het dorp). (Even tussen haakjes, de naam 'Kicking Horse' is ontstaan in 1858 toen ontdekkingsreiziger en geoloog James Hector tijdens een expeditie hier in de borst werd geschopt door zijn eigen paard. Hector raakte daardoor bewusteloos. Zijn gidsen dachten echter dat hij dood was en begonnen zijn graf te graven, maar hij ontwaakte en zowel de lokale rivier als de bergpas - en als gevolg daarvan ook de campground hier - dragen sindsdien de naam 'Kicking Horse'.)

We zijn nog maar net op de Highway of we zien een politiewagen met zwaailichten aan de kant van de weg staan. Vermoedelijk heeft hij een auto aangehouden. We passeren de politiewagen en als ik opzij kijk, zie ik geen auto voor de politiewagen aan de kant van de weg staan, maar een joekel van een beer. Of deze beer heeft veel te hard gelopen en krijgt daarvoor een bon of de agent probeert de beer tegen het verkeer te beschermen en vice versa. Het is echt een enorm beest. Marianne mist hem echter - ik bedoel het zicht er op -  wat de stand 'Beren Gezien' brengt op: Marianne 3; Martin 3,5.

Bij het eerste wildviaduct probeer ik net zoals gisteren een prijswinnende foto onder het viaduct te maken. En net zoals gisteren ga ik met de foto geen prijs winnen -  hoogstens goed voor een aanmoedigingsprijs  'Ga vooral zo door!'

Dit is ook al niks. Alleen die weerspiegelende wolken op de motorkap zijn wel speciaal.

Bij het tweede wildviaduct doe ik geen poging meer. Ik wil niet net zoals gisteren het bord van de afslag naar Lake Louise (het dorp) missen. "Jeetje, wat staan er veel borden. Hoe hebben we die gisteren allemaal gemist?"

In Lake Louise (het dorp) gaan we naar de supermarkt om er boodschappen voor vandaag en morgen te doen. Daarna kopen we ertegenover bij de Mountain Bakery & Delicatessen een kop koffie, die we gezeten op een picknicktafel aan de Bow River opdrinken. Als we weer terug lopen naar onze auto, zien we inmiddels een grote rij voor de Bakery staan. Blijkbaar een populaire zaak - of de mensen hebben gezien dat de influencers 'Grandad and Gandma on the Road' er koffie hebben gekocht.


Beker koffie aan de rivier

We verlaten Lake Louise (zowel het dorp als het meer) en rijden de Bow Valley Highway op. Het eerste uitzichtpunt waar we stoppen is Morant's Curve. Dat is geen bewuste keuze maar puur toeval. We zien het toevallig als we langs rijden en het ziet er wel mooi uit.

Morant's Curve

We zijn niet de enigen die er stoppen. Voor de meeste mensen hier is het een bewuste keuze om er te stoppen. Morant's Curve schijnt een soort "Kodak Picture Spot" te zijn in Canada, een plek die wordt aangeraden om te fotograferen. (Ooit zagen wij in Disneyland in Anaheim op diverse plaatsen in het park bordjes met de tekst 'Kodak Picture Spot' staan, zodat je niet zelf hoefde na te denken waar je mooie foto's kon maken. Zo'n bordje zou ook hier kunnen staan.)

Eén van de reden waarom sommige Canadezen hier stoppen is een Canadees tiendollarbiljet uit 2013, waar op de achterzijde een foto staat die hier is genomen, althans dat vertelt een man ons. Hij heeft zelfs het betreffende tiendollarbiljet bij zich.


Vol trots laat de man het bankbiljet zien. Hij vraagt of wij met het biljet op de foto willen. Ach ja, waarom niet. 


Echter om dezelfde foto van het biljet te kunnen maken, moet er dus wel een trein langs rijden, vertelt hij. Volgens één van de aanwezigen zou het niet lang duren voordat er een goederentrein langs zou komen. We besluiten daarom om op die trein te wachten.

The trainspotters. De man met de cowboyhoed en het rode overhemd verderop, en die nu druk in gesprek met anderen is over zijn bankbiljet, is de man die de foto van ons heeft gemaakt.

We wachten en wachten en wachten en wachten. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar we hebben zo'n 50 minuten - 'De tijd gaat snel, gebruik hem wel. - tevergeefs op een trein gewacht, voordat we besluiten om er vandoor te gaan zonder dat we hier een trein hebben gefotografeerd. Als we weglopen, worden we we achterna gelopen door een man die graag het tiendollarbiljet van ons wil kopen. Hij biedt er twee biljetten van vijf dollar voor. A) Daar worden we niet rijk van en B) We leggen hem uit dat het biljet niet van ons is maar van de man met het rode overhemd.

De "foto" op het betreffende bankbiljet blijkt achteraf helemaal geen foto te zijn die hier is genomen. De afbeelding is een compilatie van foto's van bergen die elders in Canada staan. Alleen de trein op het bankbiljet - die wij dus niet op de foto hebben - is op deze plek gefotografeerd en is daarna in het gecompileerde landschap gemonteerd zoals ik later op de officiële site van de Canadese Bank lees. 


Enfin, verder dus. We stoppen even ergens kort voor de lunch, maar blijven daar niet al te lang want wij blijken er zelf op de lunchkaart van muggen te staan. Het is er ook niet druk. Behalve wij staat er slechts één RV op het parkeerterrein. Dat had te denken moeten geven.

Verdacht weinig auto's hier.

Alleen één RV

Bij de Castle Cliffs verderop stoppen we ook. De 'Cliffs' doen ons aan de Dolomieten in Italië denken.


Volgens dit informatiebord bevatten de bergen hier 'Limestone en Dolomite'.

Om kwart over twee komen we bij de Johnston Canyon aan, de belangrijkste 'attractie' wat ons betreft langs de Bow Valley Highway. Je hebt in deze Canyon twee watervallen en een plek met 'Ink Pots'. Je loopt er heen door een mooie canyon. Na 1,5 km, gemeten vanaf de parkeerplaats, kom je bij de Lower Falls, na nog eens 1,3 km lopen bij de Upper Falls en dan is het nog eens 3,2 km lopen naar de Ink Pots. Heen en weer lopen naar de Ink Pots is het dus zo'n 12 km lopen. 

 
We zijn niet de enigen die bedacht hebben om vandaag een bezoek aan de Johnston Canyon te brengen. Vooral op het eerste stuk naar de Lower Falls is het erg druk en is het op sommige plaatsen achter elkaar aan schuifelen.




De Lower Falls


Na de Lower Falls wordt het een stuk rustiger op het pad. Veel mensen keren bij de Lower Falls om.


De boardwalk richting Upper Falls.

De Upper Falls



Aan de voet van de waterval is een regenboog te zien.

Bij sommige bomen aan de rand van de canyon vraag je je af hoe het kan dat ze nog niet in de canyon zijn gevallen.

Omdat het inmiddels al vier uur is, besluiten we de Ink Pots maar aan ons voorbij te laten gaan. 

De InkPots zijn een serie poeltjes met veel mineralen er in. Foto Chris Woodrich op de Wikipedia-pagina over Johnston Canyon

We lopen daarom vanaf de Upper Falls terug naar de parkeerplaats. Aangekomen bij de Lower Falls, zien we dat de rij voor 'het gat' -  er is een rots met daarin een soort grot/gat  er in waarin je van dichtbij de Lower Falls kan zien - iets kleiner is dan eerder die middag toen wij er op de heenweg langs liepen en het toen aan ons voorbij hebben laten gaan. Ik stel voor om toch ook maar even in de rij te gaan staan. "Moet dat nou?" vraagt Marianne. (Achteraf bekeken wijze woorden.) "Ach" zeg ik "Als we 50 minuten op een trein wachten die niet komt, dan kunnen we hier ook wel in de rij gaan staan voor een waterval die er wel is." 

De rij voor het gat.

Het gat

Het gat gezien vanaf de kant van de waterval

Het duurt echter eindeloos. Sommige mensen blijven er heel lang in staan. Pas na meer dan 40 minuten wachten zijn wij aan de beurt. We maken even snel een paar foto's van de waterval en dan gaan we er direct als een speer vandoor. Het is er veel te koud en te nat. 

De waterval gezien vanuit het gat.

"You are the fastest" roept een Amerikaanse dame in de wachtrij als we er weer uit komen. Al met al hebben we vandaag bij elkaar zo'n 90 minuten aan zinloos wachten besteed - eerst de trein en nu hier bij dit gat. Maar ach, zoals Rabindranath Tagore, een Indiaanse  filosoof en schrijver (winnaar van de Nobelprijs in 1913)  - wie kent hem niet - ooit zei: " De vlinder telt geen maanden doch momenten en heeft tijd genoeg."

Op weg naar beneden

We  willen vervolgens van het parkeerterrein de Bow Valley highway oprijden richting Banff, althans dat is het plan. Maar er staan op de highway allerlei borden dwars op de weg. De weg richting Banff is afgesloten! Wat? We kunnen niet verder richting Banff.


Het blijkt dat de weg in het kader van een experiment - de weg wordt vrijgehouden voor fietsers die vanuit Banff naar de Jonhston Canyon willen fietsen - is afgesloten voor auto's. Nu hadden we wel een keer gelezen dat ze zo'n experiment deden in 2025 maar niet dat ze het dit jaar weer doen.

Er rest ons niet anders dan terugrijden. Gelukkig hoeven we niet helemaal terug naar Lake Louise (het dorp) te rijden, maar kunnen we al snel via een zijweg van de Bow Valley Parkway  naar de Trans Canadian Highway rijden en vandaar naar Banff. Even later bereiken we Banff - Baf zegt de dame van Google Maps nog steeds - en rijden vanaf daar naar onze (vijf kilometer buiten Banff gelegen) campground - de Tunnel Mountain Village 1- waar we tegen zes uur arriveren. 

We checken in en zetten routineus (voor de laatste keer deze vakantie) ons tentje op. Het is een makkelijk op te zetten tent. 'No problemo'. Mijn specialiteit is het doorduwen van de tentstokken en het in de grond slaan van de haringen met een steen die ik van Vancouver Island heb mee genomen. 

Een goed steentje!

We zijn inmiddels een geolied team geworden. Een tent opzetten is overigens niet mijn specialiteit. Ik heb het in andere reisverslagen wel eens eerder beschreven hoe het gaat als we ergens samen onze normale (grotere) tent opzetten, maar in het kader van 'herhaling is de kracht van de reclame', dit is de bingokaart met uitspraken die Marianne kan doen tijdens het opzetten van de tent.


Maar niets van dit alles bij dit simpele tentje dat we alleen in Amerika gebruiken. Binnen vijf minuten staat hij overeind.


We hebben een mooi plekje aan de rand van onze 'loop'. We pakken de kookspullen en gaan (lees Marianne) aan de gang. Even later staat er, vrij naar Marten Toonder, 'een eenvoudige doch voedzame maaltijd' op de picknicktafel. 

Omdat het in juni nog lang licht is, rijden we na het eten nog even naar Banff. Op een volle parkeerplaats in het centrum rijdt net iemand weg, waardoor we een plekje hebben voor onze auto. Omdat het net na acht uur is, hoeven we niet voor het parkeren te betalen - betaald parkeren is bij deze parkeerplaats van 8 tot 8. Dat is een financiële meevaller, waarvan we de opbrengst uitgeven aan koffie in de plaatselijke Starbucks. 

Er zit een behoorlijk verschil in het aantal calorieën per koffiesoort. (Overigens brengt de melk die we in de 'Fresly Brewed Coffe' koffie gooien het aantal calorieën behoorlijk omhoog.)

We wandelen nog even door Banff. Het is een grotere plaats dan Lake Louise en het is er druk op straat, allemaal toeristen. Net zoals wij overigens.





Half tien inmiddels

Het heeft wel iets van een Zwitsers bergdorpje. Tegen een uur of tien rijden we weer terug naar onze tent. Morgen weer een dag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

7 juni naar Vancouver

Inleiding Er staat dat dit de pagina van 7 juni is, maar ik schrijf dit al op 6 juni. Ik ben gewoon mijn tijd weer eens vooruit. Het is vand...